De toestand rond de eikenprocessierupsen in Nederland doet me denken aan een voorval twee jaar geleden in Vrbas (die naam gewoon een paar keer hardop oefenen).

Op een bijzonder warme augustusavond waren we in de Vojvodina, de graanschuur van Servië. Goudgele velden strekten zich uit op wat de Pannonische vlakte heet. Groen en vruchtbaar. We reden langs rijpende appelboomgaarden, maar ook langs schroeiende vuilnisbelten die kolossale wolken het zwerk in bliezen. In het stadje Vrbas werden we naar een huis gebracht dat schoon en netjes was, met een diepe tuin achter een hoog hek. Alles oogde vredig en de krekels tsjirpten.

’s Avonds liepen we door de winkelstraat, langs een kerk, een school. Overal mensen in dit land, een ijssalon deed goede zaken. En zagen toen een bordje met de aanduiding restaurant. Een groot gebouw, een lange trap op en we werden boven netjes ontvangen. Een overkapt restaurant, met een balustrade waarop je uitkeek over een groot zwembad. Zo’n wedstrijdzwembad uit de tijd van maarschalk Josip Broz Tito, de heerser met de zonnebril en het gedecoreerde pak, die destijds door koningin Juliana met alle egards werd ontvangen. De man van de derde weg. Juliana met vlinderbril.

We kregen vriendelijk een maaltijd voorgeschoteld, met vlees en tomaat, en veel groenten. We keken mijmerend uit over het wedstrijdbad, waar niemand meer in zwom op dit tijdstip van de dag. Aan de overkant was bos. Otvoreni Bazeni heette dit outdoor swimming pool.
Toen klonk er een bulderend geluid waarvan we bijna onder de tafel kropen. Over ons heen vloog zo’n ouderwets vliegtuigje – misschien wel een Dakota. Die Dakota scheerde extreem laag over Vrbas in een rechte baan en verdween grommend uit het zicht. We aten verder maar opeens kwam het toestel er weer aan, vanachter de bomen, opnieuw in een rechte lijn. Zo ging het een paar keer heen en weer. Vreemd, dachten we, en niemand kon ons iets wijzer maken.

Lopend, op weg naar huis, was het nog licht. Aan weerszijden van de weg was een strook voor voetgangers en fietsen, daartussen bomen (nee, geen eiken) en dan de tweebaansweg. Huizen en winkels. Er was verkeer. Een ouwe kar, een paard en wagen, tractoren en toe een autootje met een soort tank. Die deed ons denken aan de zoutstrooiwagens, maar uit de sproeikop kwam een nevelig spul. O, zeiden we, het asfalt dat de hele dag had liggen blakeren in de zon, wordt gekoeld met water. Verstandig van de burgemeester en wethouders. Maar we roken geen water, wel een zurig luchtje.

‘Gisteravond vloog er zo’n toestel boven Vrbas,’ zeiden we de volgende dag tegen Sacha, die ons wegbracht naar de luchthaven bij Belgrado. ‘En de weg werd besproeid.’ Hij lachte en trommelde vrolijk met zijn handen op het stuur. En wees toen op een drassig riviertje even buiten Vrbas. ‘Dit is het smerigste water van heel Servië. De bedrijven lozen hierin. Er is een tijgermug gesignaleerd en die gaan ze nu met man en macht bestrijden.’ We keken elkaar aan en zwegen schaapachtig.

 

Reageren is niet mogelijk.

Set your Twitter account name in your settings to use the TwitterBar Section.