Een wit bord met zwarte letters langs de Autobahn: KZ-Gedenkstätte Neuengamme. Onopvallend, maar zeer pregnant. Tweede Wereldoorlog: concentratiekampen, werkkampen, strafkampen en dodenkampen. Endlösung. Dit alles bundelt zich in Neuengamme.

Veel groter, omvangrijker dan ik me had voorgesteld is Neuengamme, hier op de Jean-Dolidier-Weg 75, ten zuiden van Hamburg, op het platteland. Een zonovergoten dag, stoffig. Hoe was de temperatuur hier tachtig jaar geleden toen  Neuengamme werd gebouwd?

Neugengamme = Sonny Boy. Wie kent het boek en de film niet? Donderdag 5 juli. Onder de rook van Hamburg. Het is vandaag de sterfdag van Claude Lanzmann, maar dat weet ik pas achteraf. Eerst vind ik hier het zogenoemde Mahnmal – het gedenkhuis waar de bekende 23.395 namen van de doden van Neuengamme worden vermeld. Bij twee Nederlanders hangt een foto: Andries Pasterkamp en Pieter Hakvoort uit Urk. In het zicht van de bevrijding, 3 mei 1945, kwam Andries Pasterkamp om op de Cap Arkona in de Lübecker Bocht. Hij zat op hetzelfde schip als Sonny Boy, de hoofdpersoon van de film en het gelijknamige boek van Annejet van der Zijl. Sonny Boy ofwel Waldemar Nods ontsnapte aan het zinkende schip en ging zwemmen. ‘Toen ratelden opeens mitrailleurs vanuit de duinen. Waldemars medezwemmer liet zich meteen vallen en hield zich dood, maar hij zag nog net hoe de zwarte man naast hem werd geraakt en onder water verdween. En zo stierf Waldemar Nods in de vloedzee van de Oostzee, op 3 mei 1945, om omstreeks vijf uur in de middag.’ Meer over Andries Pasterkamp en Pieter Hakvoort in de PS onder deze blog.

Aan de slachtoffers, van wie de namen niet bekend zijn, is een ruimte gewijd, waarin onbedrukte doeken liggen. En in een zijkamer liggen in zeven houten vitrines facsimiles van met de hand geschreven dodenboeken uit de ziekenboeg van het kamp. Onder een zwart doek dat je kunt weghalen. Groepjes leerlingen van scholen kijken bedrukt of praten zacht met elkaar. Stilte hier.

Neuengamme = groot, groot, groot. De barakken zijn er niet meer, dit zijn velden van stenen geworden. Herinneringsstenen. Een verlaten treinwagon in een open veld. Bloemen en veel munten bij het merkwaardige strafhuisje in de hoek van de appelplaats. ‘Mensen leggen tegenwoordig munten neer bij een herinneringsplek, is dit een nieuw ritueel?’ vraagt gids Ulrike Jensen. Zij vertelt het noodzakelijke in een introductie. Waarom dit kamp? En waartoe? Wie kwamen hier? Kort gezegd: 57 hectare met 17 gebouwen. Hier verbleven van 1938-1945 meer dan 100.000 gevangenen in mensonterende omstandigheden: mensen die verzet boden tegen de nazi’s, politieke gevangenen, Roma, homo’s, lesbiennes, gehandicapten en Russische krijgsgevangenen – ‘Untermenschen’ die niet pasten in het schema van het Arische ras. Ze werden ondergebracht in de barakken en te werk gesteld: er was een steenfabriek en er werden stenen geleverd aan de stad Hamburg. Zwaar werk, en iedereen wist: het wordt mijn dood.

Neuengamme = Putten. In Putten werd op 1 oktober 1944 door de Duitse bezetters een razzia uitgevoerd, waarbij het grootste deel van de mannelijke beroepsbevolking werd afgevoerd naar diverse concentratiekampen. Reden: de aanslag de Oldenallerbrug tussen Putten en Nijkerk. In totaal kwamen 552 mensen om het leven. Vanuit Amersfoort werden de overige 601 mannen op 11 oktober op transport gezet naar het concentratiekamp Neuengamme. Tijdens dat transport sprongen dertien mannen uit de trein. Vanuit Neuengamme gingen de overgebleven mannen naar diverse buitenkampen van dit kamp, onder andere Husum-Schwesing, Ladelund, Bergen-Belsen, Meppen-Versen, Beendorf, Wöbbelin en Malchow. Na de oorlog keerden slechts 48 mannen terug. Van hen overleden naderhand nog vijf ten gevolge van de doorstane ontberingen. De meerderheid van de slachtoffers stierf door ondervoeding, dwangarbeid of aan in de kampen opgelopen ziekten.

Het monument ‘De razzia van Putten’ in Neuengamme is een grote zwerfkei met aan de rechterzijde een roestbruin metalen uithangsel met tekst. De steen is afkomstig uit de Veluwe. ‘Ziet, deze steen zal ons tot een teken zijn.’

Neuengamme, de SS-daders wilden de plek des doods uitwissen in de geschiedenis toen de bevrijders eraan kwamen. Alles werd gewist. De Britten zagen een ‘schoon’ kamp. De overlevenden werden aan boord gebracht van de Cap Arkona, de Thielbek en de Deutschland IV. Op 3 mei 1945 werden de schepen gebombardeerd door de Royal Air Force. Gevangenen die de oever wisten te bereiken werden door patrouilles van de SS doodgeschoten, onder wie dus Sonny Boy. In totaal zijn er ruim 7000 gevangenen om het leven gekomen, zo’n 350 mensen overleefden de ramp.

Neuengamme werd niet meteen een herinneringsplek. Er moest heel veel weerstand worden overwonnen voordat dit kon gebeuren. De stad Hamburg sloopte na de Tweede Wereldoorlog tal van gebouwen; eind jaren zestig van de vorige eeuw kwam er nog een gevangenis op het terrein. Overlevenden hadden al wel in 1953 een gedenkzuil opgericht. In 1981 kwam er een documentatiecentrum. Anno 2018, dus tachtig jaar na de eerste steen, kun je zeggen dat het een volledige Gedenkstätte is. Steeds meer kwam aan het licht, getuigen werden geïnterviewd, archieven blootgelegd. Toch zijn er nog steeds witte plekken in Neuengamme, zegt UIrike Jensen.

Neuengamme = onderzoek, wisselende en permanente exposities, excursies, documentatie- en studiecentrum. Nu, begin juli, is het heel druk met schoolklassen die een bezoek brengen aan Neuengamme. Eigenlijk kun je niet om Neuengamme heen als je in de buurt bent. Ik neem de Freundeskreis Aktuell mee, nr. 30, maart 2018. En lees dat er op 22-23 september 2018 een Gedenkstättenfahrt naar Amersfoort, Putten en Westerbork wordt georganiseerd.

 

 

PS. Reactie Pieter Brands op bovenstaande blog: Pieter Hakvoort (mijn overgrootvader) is op 22 december in een satellietkamp van Neuengamme (Meppen-Versen) overleden. Hij werd in 1953 teruggebracht naar Urk en is daar herbegraven in een oorlogsgraf bij het Kerkje aan de Zee. Andries Pasterkamp was de verkering van mijn oma Lummetje Hakvoort (zijn dochter). Zij heeft nog samen met hen in de Koepelgevangenis (bij de Sichterheitsdienst) in Arnhem gezeten. Andries is omgekomen bij de ramp met de Cap Arcona. Zijn lichaam is echter nooit teruggevonden. Bijzonder is dat Andries en Pieter op hetzelfde transport zijn gezet (vanuit KZ Amersfoort) als de Puttenaren. Ze zullen dus contact hebben gehad met deze groep. We zijn met Stichting Urk in Oorlogstijd in 2012 naar dit kamp gegaan, in de voetsporen van Pieter Hakvoort en Andries Pasterkamp. Via deze link is daar meer informatie over te vinden.

De weg van Pieter Hakvoort en Andries Pasterkamp

 

Reageren is niet mogelijk.

Set your Twitter account name in your settings to use the TwitterBar Section.