De term Mannschaften staat, als ik me niet vergis, voor de Duitse voetballers die vandaag tegen de Zweden moeten strijden en die nog zullen winnen ook, in de laatste minuut. Overal prijken vlaggen in tuinen, op auto’s en aan huizen en in winkels wordt kleding aangeboden met Mannschaftenkorting.

Dat zie ik als ik Lübeck binnen fiets via de Alte Salzstraße – de route (nu een toeristische Radweg) langs het oudste kanaal van Noord-Europa, het Elbe-Oostzeekanaal dat Lüneburg met Lübeck verbindt. Dit kanaal was vroeger een belangrijke vaarroute om zout van Lüneburg naar Lübeck te verschepen. Lübeck was de hoofdstad van de Hanze, een samenwerkingsverband van kooplieden en vanaf 1356 van steden (als eerste Nederlandse steden: Groningen en Kampen). De Duitse kooplui van toen, dat waren me nog eens Mannschaften. Op hun bijzondere schepen, de kogge, trotseerden hun werknemers kou, storm en andere gevaren om goederen zelfs tot in het Russische Novgorod op te halen en te verschepen, op te slaan en weer te verhandelen. Lübeck was de spin in het Hanzeweb.

Als ik deze schitterende historische stad van rode bakstenen bij de Holstentor binnenkom, zie ik ook opeens pelgrims, geen vlaggen maar tasjes op hun rug. Ze lopen in groepen, rustig en vriendelijk. Ze intrigeren me, wat zijn dit voor Mannschaften? Het blijkt vandaag, 23 juni 2018, de datum waarop het precies 75 jaar geleden is dat de martelaren van Lübeck werden berecht in het Burgklooster. Op 10 november 2043 moesten drie rooms-katholieke priesters en een evangelisch-lutherse voorganger hun verzet tegen de nazi’s met de dood bekopen.

Op een kleine herinneringsplek bij het oude Raadhuis van Lübeck komt een groepje mensen met kinderen bij elkaar. Ze geven elkaar de hand. Er wordt een Turks brood rondgedeeld, iedereen neemt er een brok van en zo, kauwend op het brood, herdenken ze met elkaar de martelaren en vieren ze de vrijheid van godsdienst. Achter hen staan in steen gebeiteld de namen van de drie rooms-katholieke priesters: Johannes Prassek, Eduard Müller en Hermann Lange. En die van de evangelisch-lutherse dominee Karl Friedrich Stellbrink. Alle vier werden op 10 november 1943 onthoofd in Hamburg.

‘De Lübecker martelaren zijn misschien wat minder bekend in Nederland’, vermoedt een omstander. De vrouw die zonet het brood heeft rondgedeeld, vraagt nu of de kinderen hun vlaggetjes tevoorschijn willen halen. Liefde, vergeving, gewetensvrijheid staat erop. ‘Wat vinden jullie belangrijk?’ vraagt ze. De kinderen – generatie van de toekomst – antwoorden met hun vrolijke stemmen: liefde en vergeving. Dan geven de aanwezigen elkaar een hand en wordt het Onze Vader gebeden.

De herinneringsplaatsen van vandaag zijn: het Burgklooster, de katholieke Propstei Herz Jesu waar een tentoonstelling is gewijd aan de vier verzetshelden. En de Lutherkerk. Bij Stellbrink valt me de veelbetekenende vermelding op: zijn kerk nam afstand van hem toen hij zich uitsprak tegen het nazisme.

De martelaren van Lübeck zijn belangrijk voor de collectieve herinnering en de toekomst van Duitsland. Ze staan voor de moraal, voor waarden en normen. ‘We spreken jullie namen uit, wij zijn getuigen’, klinkt het bij de gedenkplaats bij het raadhuis. ‘Sie haben die Wahrheit bekannt’, luidt het opschrift van de speciale tentoonstelling, gewijd aan het viertal.

Een uitspraak van Stellbrink de druppel was die de emmer van de nazi’s deed overlopen. Hij zei in zijn preek op Palmpasen, 29 maart 1942, ‘dat we in de ellende van onze geboortestad Gods stem horen.’ De nazi’s interpreteerden dat als zou Stellbrink gezegd hebben dat een Britse luchtaanval op Lübeck Gods oordeel zou zijn. Stellbrink werd op 7 april 1942 gearresteerd, gevolgd door Prassek op 18 mei, Lange op 15 juni en Müller op 22 juni. Een jaar later, tussen 22 en 23 juni 1943, vond het proces tegen de vier mannen plaats in het Volksgerechtshof in het Burgklooster. Het proces werd bekend als de rechtszaak tegen de Lübecker christenen.

Overal pelgrims dus, in Lübeck vandaag, herkenbaar aan hun linnen rugtasjes waarop de hoofden van de vier martelaren staan. Stellbrink (1894-1943) was de oudste van de vier. Hij diende nog in de Eerste Wereldoorlog totdat hij in 1917 werd ontslagen vanwege een wond aan zijn hand. Hij werd even lid van de NSDAP totdat hij besefte dat dit onverenigbaar was met het christelijk geloof. Hij verliet de partij in 1937 en weigerde zijn vriendschappen met Joden te verbreken. Na zijn terechtstelling kreeg zijn vrouw een rekening voor de gerechtskosten, gevangenisstraf en executie. Pas in 1993 maakte de rechterlijke macht Stellbrinks vonnis ongedaan, waarmee hij van blaam werd gezuiverd. De Evangelisch-Lutherse Kerk was net zo traag in het eerherstel en gaf vijftig jaar na zijn dood toe dat hij een martelaar was, gestorven voor de goede zaak.

In gedachten verzonken fietsen manlief en ik weer terug, dezelfde route over de Alte Salzstraße, naar Berkenthin. Het water in het kanaal kabbelt zijn kalme loop. Koeien op het land staren loom voor zich uit. De Mannschaften mogen dan (met veel geschreeuw) wel winnen, maar de Martelaren van Lübeck hebben (in stilte) een veel grootsere overwinning geboekt. Zij lieten hun leven voor de Waarheid.

 

Reageren is niet mogelijk.

Set your Twitter account name in your settings to use the TwitterBar Section.