Het centrum van Ratzeburg ligt op een eiland in de Ratzeburger See, dat door drie dammen is verbonden met het vasteland. Hier staat de Dom, een imposant bouwwerk in rood baksteen, vierkante toren. Op zondagochtend hangt hier een serene ‘oude’ stilte op de kasseien en in en rond de grote hoekige huizen. De grens met de voormalige DDR is niet ver van hier.

Zoals vaak bij kerkdiensten in het buitenland vraag ik me af hoeveel mensen er zullen komen. Een handjevol grijsaards wellicht. Vandaag in de Dom is het anders. Het bruist. De cantorij oefent voorin de kerk. Een jongen bespeelt een cello, er is een klavecimbel. De zangers, vijf vrouwen en vier mannen, zijn stijlvol in het zwart. Gelukkig, tegen 10.15 uur zijn er toch zo’n tachtig mensen aan boord gegaan van het schip van de kerk.

De voorlezer leest 1 Petrus 3 en Lukas 6 vanaf vers 36. Afwisselend met rijke liederen uit de traditie van de Evangelisch-Lutherse Kerk: 447 van Paul Gerhardt, 428 van Hans von Lehndorff. Christian Skobowsky rent heen en weer tussen het klavecimbel, het koororgel en het hoofdorgel. Hij speelt met verve, wat machtig en meeslepend kan een orgel toch zijn.

Met zijn preek ontvouwt de dominee de asielcrisis waarin Duitsland zich momenteel bevindt. De christen is geroepen zich van het kwaad af te wenden en moet ernaar streven het goede te doen. Maar de mens is onvolkomen en meestal komt er weinig of niets van zijn voornemens terecht om de wereld iets beter te maken. Je valt vaak terug in je oude houding. Toch is het belangrijk dat je een ideaal hebt en barmhartigheid uitdraagt in de samenleving. Want als je dat niet doet, verwordt de maatschappij door egoïsme. Vandaar Petrus’ vermaning: met ontferming bewogen zijn over je medemens. De medemens ‘im Blick haben’.

Maar ja, dan is er toch nog die problematische kant, die van de oude mens, zondig en geneigd tot alle kwaad. Het verhaal van de splinter en de balk. Wie de balk in zijn eigen oog niet opmerkt, mag niets zeggen over iemand met een splinter. Wie de balk bij zichzelf opmerkt maar er niets aan doet, heeft ook geen recht van spreken. En ja, kun je elke bedelaar (lees: migrant) op straat helpen? In het mens-zijn ervaar je de begrenzing waarover de apostel Petrus rept. Je bent maar een mens, je bent niet zoals je behoort te zijn, zonde tekent je. Desondanks mag je in de onvolkomenheid aangewezen zijn op de Heiland en mag je brood van genade uit Zijn hand ontvangen.

Passender kan Lied 428 van Hans von Lehndorff voor het Duitsland van nu niet zijn. Groot, rijk, machtig, overvloed. Lehndorff was zelf een vluchteling die in en na de Tweede Wereldoorlog als arts de verschrikkingen in Oost-Pruisen meemaakte. Hij werkte nadien als arts, zielzorger en schrijver in Bonn en schreef in het protestjaar 1968 het opmerkelijke lied Komm in unsre stolze Welt. De verworvenheden van het naoorlogse Duitsland worden in de tekst voor God gebracht met de indringende bede om redding en verandering.

Komm in unsre stolze Welt,
Herr mit deiner Liebe Werben.
Überwinde Macht und Geld,
lass die Völker nicht verderben.
Wende Hass und Feindessinn
auf den Weg des Friedens hin.

Na afloop van de dienst is er nog een bekendmaking. Het bruidspaar dat vrijdag in de kerk trouwde, nodigt iedereen uit in een bijzaal aan de kloostergang, er is prosecco en bruidstaart. Zij, grijs haar elegant opgestoken, draagt een korenbloemblauwe jurk met een witte sjaal over de schouders. Hij, keurig in pak, maakt een blij grapje over trouwen in de tweede levenshelft. We heffen het glas. In de kerk zingt de cantorij verder. En een witte jonge man wandelt rond met een schattige donkere baby aan zijn hart gedrukt. In zijn kielzog een jonge en een oudere donkere vrouw.

 

Reageren is niet mogelijk.

Set your Twitter account name in your settings to use the TwitterBar Section.