Het staat er zwart op wit: in het boekje ‘Schwerin an einem Tag. Ein Stadrundgang‘ wordt de Nederlandse prins Hendrik ‘ein rechter Schluckspecht’ genoemd. 

De Schluckspecht in bovengenoemd gidsje wordt in verband gebracht met een hotel in Schwerin. En Schwerin is de plaats waar prins Hendrik opgroeide. De hoofdstad van Mecklenburg-Vorpommern. De gemaal van koningin Wilhelmina was een telg uit een oud geslacht, de Mecklenburgs: in de Dom van Schwerin liggen – in indrukwekkende sarcofagen – vele voorouders van prins Hendrik begraven. Overal in Schwerin zie je wel standbeelden van Mecklenburgs. En dan het prachtige slot waar de prins een groot aantal van zijn leven moet hebben gewoond. Daar kan geen Nederlands paleis aan tippen.

Het slot in Schwerin.

Aan de Alexandrinenstrasse 12 van het wondermooie Schwerin, aan de oever de Pfaffenteich, staat het viersterrenhotel ‘Niederländischer Hof’. Het kreeg die naam bij het huwelijk in 1901 van prins Hendrik van Mecklenburg-Schwerin met de Nederlandse koningin Wilhelmina. In de volksmond heet het hotel nog altijd de ‘Niederländer’.
Hendrik Wladimir Albrecht Ernst van Mecklenburg-Schwerin werd geboren in 1876 als vierde kind en derde zoon van groothertog Frederik Frans II van Mecklenburg-Schwerin en diens (derde) vrouw, prinses Marie van Schwarzburg-Rudolstadt. Zijn oudste broer Frederik Wilhelm verdronk in 1897. Zijn andere broer Adolf en zijn zuster Elisabeth, leefden tot respectievelijk 1969 en 1955. Naast deze, had Hendrik nog twee oudere halfzusters en drie oudere halfbroers. Hij was zeven jaar toen zijn vader overleed en het kan niet anders of dit heeft zijn leven gestempeld. Hij bezocht het gymnasium in Dresden en volgde een militaire carrière waarna hij de rang van eerste luitenant bij het gardebataljon jagers in Potsdam verkreeg.

Links de Alexandrinenstrasse, waar het hotel ‘Niederländischer Hof’ te vinden is.

Koningin Emma was degene het huwelijk van Heinrich en Wilhelmina smeedde. In Duitsland liepen genoeg kandidaten rond, maar niet iedereen kwam in aanmerking voor de prestigieuze post van Prins van Oranje. Emma’s oog viel uiteindelijk op drie mogelijke kandidaten van Duitse afkomst: Friedrich Wilhelm van Pruisen, kleinzoon van prinses Marianne, die door de Duitse keizer naar voren was geschoven. Daarnaast waren de twee broers Von Mecklenburg-Schwerin geselecteerd. Hertog Heinrich sprak Wilhelmina wel aan. Een rijzig figuur en van goede komaf, gezellige prater en nog aantrekkelijk ook.

Ofschoon Heinrichs blazoen niet geheel van smetten vrij was – ‘er soll ein rechter Schluckspecht gewesen sein’ – en door de Mecklenburgs bij de Nederlandse regering nogal onbescheiden eisen waren gesteld, werd toch de verloving bekendgemaakt: 16 oktober 1900 was het zover. Op 7 februari 1901 trouwde Wilhelmina met haar Heinrich en kreeg het hotel aan de Alexandrinenstrasse de naam ‘Niederländischer Hof’.

Na voltrekking van zijn huwelijk kende de jonge koningin haar hertog de titel van Prins der Nederlanden toe, nee, Prins van Oranje werd hij niet. Inmiddels had Hendrik de Nederlandse nationaliteit verworven. Hendrik (Heinrich) Wladimir Albrecht Ernst, Hertog van Mecklenburg, Vorst van Wenden, Schwerin en Ratzeburg, Graaf van Schwerin, Heer van de landen Rostock en Stargard werd bij Koninklijk Besluit (KB) 26-1-1901 nr. 38 genaturaliseerd en bij KB van 6-2-1901 nr. 61 titel verleend van Prins der Nederlanden (Schwerin, Duitsland) 19-4-1876 – ‘s-Gravenhage 3-7-1934). Van de Duitse nationaliteit deed hij nadrukkelijk afstand. De Nederlanders waren natuurlijk weer eens zuinig: Hendrik kreeg geen jaargeld, maar dat loste Wilhelmina netjes op. De nieuwe prins kreeg een behoorlijke toelage.

De positie van prins-gemaal naast een regerend vorstin was moeilijk. Begin twintigste eeuw gold de man als kostwinner en hoofd van het gezin (en de vrouw). Hoe behoud je dan als prins-gemaal je eigen waarde? Wilhelmina was een bazig type die haar man hoe goedbedoeld ook buiten staatszaken en andere kwesties hield. Dus mocht de prins slechts representatieve taken vervullen. Daarmee was de toon gezet: de prins hield als rechtgeaarde Duitser uit een robuust Oostzeestaatje eerder van een flinke jachtpartij dan van een concert in Den Haag – zijn inzet voor de wildstand op de Veluwe leverde hem de bijnaam Zwijnen Heintje op.

Hij begon zich te vervelen. ‘Ich bin nur das Gepäck’, verzuchtte de prins over zijn bijrol. Ook bleef hij gebroken Nederlands met onvervalst Duits accent spreken. Het hart van Hendrik lag bij de jacht en het paardenmennen, naar bosbeheer en bergklimmen, allemaal activiteiten waarvoor Nederland weinig mogelijkheden waren en die hier op onbegrip stuitten.

Wel werd het duidelijk dat Hendrik van goede wil was. Veel waardering ondervond zijn kalm gedrag in 1907 bij de scheepsramp van de ‘Berlin’, die bij Hoek van Holland strandde en in tweeën brak. De prins ging aan boord van het reddingsboot die er op woeste zee in slaagde schipbreukelingen van het wrak te halen. Daarna werd Hendrik bij bestuurswerkzaamheden van organisaties voor het reddingswerk betrokken. Verder had de prins oprechte belangstelling voor het sociale en economische leven in ons land. Hij was voorzitter van het Nederlands Rode Kruis, beschermheer van de padvinderij en vervulde verschillende maatschappelijke functies.

Praalgraf van hertog Christoph zu Mecklenburg en zijn vrouw in de Dom van Schwerin.

Ondanks deze sociale activiteiten bleef de man uit Schwerin wat eenzaam, steeds op de achtergrond, en ondernam hij weinig initiatief. Wat het publiek wel waardeerde was zijn goedmoedigheid en zijn grapjes. De schandalen waarin prins Hendrik later verwikkeld raakte, deden zijn reputatie bepaald geen goed. In de jaren twintig van de vorige eeuw begonnen geruchten de ronde te doen dat de prins buiten gezin en hof zijn genoegens zocht op plaatsen waarvan de Spreukendichter zegt dat het beter is die te vermijden. Na 1918 zag de prins zijn bron van inkomsten uit eigen geërfd Duits vermogen opdrogen en was hij meer en meer financieel aangewezen op de steun van zijn echtgenote.

De laatste jaren van zijn leven ging de gezondheid van prins Hendrik achteruit. Zijn reuma verhevigde en hij werd te zwaar. In 1929 kreeg hij zijn eerste hartaanval. De tweede volgde op 28 juni 1934. Nog geen maand later, op 3 juli 1934, overleed prins Hendrik in zijn kantoor aan een hartverlamming ten gevolge van een langdurige niervergiftiging. Hij werd slechts 58 jaar oud.

Het hotel aan de Alexandrinenstrasse heeft na de DDR-periode de glorie van weleer teruggekregen.

 

Reageren is niet mogelijk.

Set your Twitter account name in your settings to use the TwitterBar Section.