ACD Systems Digital Imaging

kruis, 2009, Marie Verheij – acryl op linnen

In letterlijke zin heeft dorst te maken met het lichaam. Mij dorst, zegt Jezus aan het kruis, waarop hem een spons met zure wijn in de mond werd geduwd. Maar hoe ervaart een vrouw met een eetstoornis dorst?

Connie lijdt aan verstoord lichaamsbeeld (BDD) en anorexia nervosa. ‘Het leven is heel anders gegaan dan ik had gedacht. Het heeft lang geduurd voordat ik zelf kon erkennen dat ik ziek was.’
In 1991 begon een lange weg langs allerlei artsen en instellingen. ‘Ik ben overal en nergens geweest voor behandelingen om ‘beter’ te worden, zoals in gespecialiseerde klinieken voor eetstoornissen. Want het was inmiddels wel duidelijk dat ik daaraan leed.’ Talloze therapieën volgden, van langdurige opnames tot opnames van een paar dagen, allemaal zonder noemenswaardig resultaat.
Wie haar ziet, weet dat achter het doorschijnende figuurtje van Connie een wereld van ellende en radeloosheid schuilgaat. Ze is zo mager geworden, dat ze fysiek weinig meer kan: zitten en lopen, kortom alles vergt een buitengewone krachtsinspanning. Ze slaapt heel veel. Voor een ding heeft ze alles over: het spel op haar harp en het kalligraferen.

Matthéüs 25: dorst. Connie heeft theologie gestudeerd. Ze zoekt het Griekse woord op van dorst: dipsao. Je kunt dat letterlijk en in overdrachtelijke zin opvatten. Ze heeft persoonlijk een eigen beeld bij dorst. ‘Ik betrek dorst ook op mezelf, aan mijn eigen dorst. Door mijn eetstoornis wil ik honger en dorst voelen. Dorst geeft me een goed gevoel, alsof ik iets presteer, hoe tegenstrijdig dat mag klinken. Dus ik streef er naar dorst te hebben. Want dat is goed. Tegelijkertijd is dorst helemaal niet fijn. Als ik probeer iets te drinken, voel ik me al snel schuldig, schuldig over een half kopje koffie.’
Soms wordt ze in de nacht wakker met heel erge dorst. Dan neemt ze een ijsklontje en laat dat wegsmelten op haar tong. Als ze geen honger of dorst heeft, raakt ze in paniek. Het koud hebben hoort daar ook bij. Honger, dorst en kou geven Connie een veilig gevoel.

Twee jaar geleden werd Connie na een val opgenomen in het ziekenhuis. Daar kwam ze aan een infuus en sonde te liggen, want anders zou ze volgens de artsen geen vier dagen meer te leven hebben. De diagnose luidde dat ze uitgedroogd was.
In vier dagen tijd kreeg ze zoveel vocht toegediend dat ze zeven kilo aankwam. Het vocht hoopte zich op in haar lichaam (oedeem). Connie voelde zich een opgeblazen pop en trok, radeloos, de slangen eruit. Ze wilde maar een ding: naar huis en die zeven kilo kwijt zien te raken. Ze weet dat het een vicieuze cirkel is: je lichaam roept om vocht en houdt het vervolgens vast. Je moet dan eigenlijk drinken om dat vocht weer kwijt te raken. ‘En juist dat durf ik niet’, zegt Connie.

Ze merkt in gesprekken dat het onderwerp eten en drinken stilzwijgend wordt vermeden. Toch vindt ze het best prettig erover te praten. In de tijd voor haar ziekte, toen ze nog een kind was, had ze haar voorliefdes voor lekkere dingen. Ze herinnert zich het speciale gerecht op haar verjaardag, chocolademelk, witte bonen in tomatensaus en het spiegelei op donderdagmiddag. Aardbeien vindt ze heerlijk en daar kan ze naar uitkijken. Maar altijd met een dubbel gevoel. ‘Sinds mijn eetstoornis is eten en drinken omgeven met een zwart randje.’
Als iedereen blijft zeggen dat ze eerst moet eten en drinken, klopt er iets niet, vindt ze. Want daar ligt haar angst in besloten. Mij dorst, is voor Connie een schreeuw om naar haar te luisteren. Ze wil uitleggen waarom ze dan zo bang is. ‘Ik ben eenzaam en gespannen. Mijn eetstoornis is een gevolg van wat ik van binnen voel. Ik zit gewoon heel erg op slot. Een arts zei eens dat hij mij zag als een pluisje tegen de muur. Diep van binnen ben ik heel erg depressief.’

Mensen in dezelfde omstandigheden als die van Connie kunnen zich schuldig voelen tegenover God. ‘Juist door mijn eetstoornis voel ik me naar God toe schuldig en ben ik bang dat Hij mij daarom veroordeelt.’
Toch zijn bij Connie geen opstandige vragen te bespeuren van ‘waarom ik?’ maar eerder ‘het is mijn eigen schuld dat het zover met me is gekomen.’ Tijdens een therapie kreeg ze eens te horen dat er boven mensen als zij twee dikke s’en staan geschreven: die van schuld en schaamte. ‘Dat heb ik altijd onthouden.’ Daarmee houdt het voor Connie niet op. ‘Ik ben iemand die onophoudelijk zoekt.’

Na een leven vol strijd en angst is Connie (1970) in vrede ontslapen op 12 januari 2016. Bovenstaand artikel heb ik geschreven voor een bijlage van het Nederlands Dagblad in 2010.

 

Reageren is niet mogelijk.

Set your Twitter account name in your settings to use the TwitterBar Section.