Lilach is aan zet. Ze gooit vier en schuift haar kartonnen verkenner over het bord. Ze plant hem ver in het veld van haar tegenstander. Vader krabt achter zijn linkeroor en veegt langs zijn neus. Er plakken schilfertjes huid onder zijn nagels. ‘Een bom,’ zegt hij.
Lilach haalt haar verkenner weg. Vader gooit twee en brengt zijn pion horizontaal naar de linkerkant van het bord.
‘Wie ben jij vanavond?’ vraagt Eva die het spel volgt met haar hoofd tussen de handen. Zij heeft gisteren van vader verloren.
‘Rommel,’ zegt Lilach zonder op te kijken. ‘Er moet altijd een vijand zijn in je leven. Zonder oppositie kom je geen meter vooruit.’
Vader gooit zes en blijft horizontaal bewegen. ‘Dan ben ik vanzelfsprekend Montgomery,’ zegt hij. ‘Het is best prettig als een ander je bij de goede partij indeelt.’
‘Pa, wat bezielt je?’ zegt Lilach. ‘Waarom ben je op deze manier bezig vanavond?’
‘Ik snak naar de beloning voor de winnaar,’ zegt vader.
Moeder komt onhoorbaar binnen. ‘Vrouw Bloem heeft weer nieuwe bonnen,’ zegt ze.
‘Dat wordt tijd. Hoe was haar humeur?’ Lilach houdt de dobbelsteen in haar gesloten hand. Haar groene vest is dun aan de ellebogen.
‘Ze begon over de varkensbouillon,’ zegt moeder. ‘Waarom wij die niet eten.’
Lilach werpt de dobbelsteen die naar de rand van de tafel rolt. ‘Dat ze dat nu nog niet snapt.’
‘Ze hebben een koe geslacht. Morgen moet ze de hele dag braden.’ Moeder gaat zitten en pakt haar breiwerk. De pennen, onder haar oksels geklemd, tikken driftig tegen elkaar.
‘Dan stinkt het hier weer zo, net als de vorige keer,’ zegt Eva gelaten.
‘En wij krijgen alleen van het varken,’ zegt Lilach.
‘De Bloems hebben een probleem,’ zegt Eva.
‘Hoe weet jij dat?’ vraagt vader.
‘Nou ja.’ Eva neemt een slok oploskoffie uit haar beker.
Lilach zet haar pion neer. ‘Mineur,’ zegt ze. Vader overtroeft haar met de maarschalk.
Lilach trekt haar vest dicht om zich heen en buigt zich naar Eva. ‘Sinds wanneer bespreekt onze loodgieter zijn problemen met jou?’ vraagt ze.
‘Bemoei je er niet mee,’ zegt Eva. ‘Zie jij eerst maar eens de bonbon te winnen.’
‘Ik wil niet dat je beneden komt,’ zegt moeder tegen Eva. ‘Veel te gevaarlijk. Hij is niet te vertrouwen.’
Lilach haalt de mineur weg. Gisteren was Eva ook al beneden. Normaal vertelde Eva haar alles. Maar toen ze gingen slapen, had ze haar rug naar haar toegedraaid. Het is net of ze ergens mee zit.
Vader gooit drie. Hij laat zijn spion neerdalen op haar maarschalk – waarna de hare het veld moet verlaten.
De stapel kartonnen pionnen van Lilach groeit sneller dan die van vader. Ze kan zich niet meer concentreren op het spel. Eva strekt haar rug tegen de leuning van haar stoel en friemelt met haar handen.
‘Stil,’ zegt Lilach. Ze horen voetstappen op de trap. De deur van hun lage zolderkamer schuurt open. Bloems postuur vult het hele kozijn. ‘Ik moet met jullie praten,’ zegt hij in zijn dialect.
‘Jullie moeten weg. Zoek wat anders.’ Zijn diepliggende ogen dwalen onrustig van het spel op de tafel naar de koffer onder de kast. ‘Jullie kosten mij te veel.’
‘Wij betalen u elke maand al 250 gulden. Dat is veel voor wat brood, aardappels en soep,’ zegt Lilach. Bloem komt dichter naar de tafel toe. Zijn rechterhand steekt hij in de zak van zijn vettige werkkiel. ‘Juffrouw, jullie zijn zeker niet de enigen. En wij krijgen te weinig bonnen voor ons allemaal.’
‘U krijgt al zoveel van ons,’ zegt Lilach.
‘Veel? Wij nemen een heel groot risico voor jullie.’ Bloem haalt zijn hand uit zijn zak en legt die op zijn hart. ‘Maar dat hebben we er voor over, begrijpt u, dat is onze plicht.’ Eva staart met grote ogen naar Bloem.
‘Als jullie niet méér betalen, moeten jullie weg,’ zegt Bloem. En weer loert hij naar koffer onder de kast.
‘Wij weten niet waar we heen moeten. Wij kunnen alleen maar naar de Gestapo,’ zegt Lilach. ‘En als wij gaan, dan gaan wij daarheen met u. Zodat ook zij weten dat wij bij u logeren.’
Bloem schreeuwt en stampvoet. ‘Dat kan niet. Dan gaan we er allemaal aan.’ Hij draait zijn logge lijf om en loopt weg. ‘Wacht maar af jullie,’ horen ze hem nog zeggen.
‘Je drijft de zaak op de spits, Lilach,’ zegt vader. ‘Dit loopt fout af.’
Moeder huilt geluidloos. Alsof er niets is gebeurd, pakt Lilach de dobbelsteen en gooit zes. Maar het pleit is al beslecht en vader heeft geen zin meer.
Moeder doet wat ze stilzwijgend van haar verlangen. Ze trekt de koffer onder de kast vandaan, de kamer in en klapt het deksel open. Ze slaat de doek opzij en buigt zich voorover. Vader stopt de pionnen in een gekreukte envelop. Lilach slaat Eva vanuit haar ooghoeken gade. Waarom kwam Bloem nu naar boven?

Vroeg in de ochtend staat Lilach bovenaan de trap. Ze hoort de gong op de buitendeur beneden. De metalen stem die begint te praten, kent ze uit duizenden. Dat moet Vlegus zijn. Ze strekt haar hals uit en kijkt nog eens goed. Bijna verliest ze haar evenwicht. Ze wankelt. De onderkant van een zwarte broek is zichtbaar – een grove hand speelt met een glanzend pistool.
‘Ik kom voor de familie Cohen,’ zegt Vlegus.
‘Cohen, wie is dat? Nooit van gehoord,’ antwoordt Bloem.
‘Nou, die zijn toch bij jullie ondergedoken?’ dringt Vlegus aan. Zijn stem trilt licht.
‘O,’ zegt Bloem. ‘Bedoel je die familie? Nou. Toen we hoorden dat zij Joden waren hebben we ze eruit gezet.’
‘En daarna?’
‘Ze zijn naar de Achterhoek gegaan.’ Hij wacht even. ‘Als je het niet gelooft, loop je maar naar boven, dan kun je het zelf zien.’
De hand speelt met het pistool. Vlegus schraapt zijn keel.
‘Kun je nog achter hun adres komen?’
‘Ja,’ zegt Bloem gedwee. ‘Dat zal ik doen. Ik zal proberen of het lukt. Volgende week weet ik meer.’

Diezelfde dag komt Bloem weer naar boven. ‘Cohen, het gaat niet meer. Het is erop of eronder,’ zegt hij. ‘De bonnen raken op, ik moet geld hebben. Daar, die koffer, doe open. Ik weet wat erin zit. Ik heb lang genoeg gewacht.’
Lilach slikt een lach in. Vader en Eva gaan staan. De enige die in beweging komt, is moeder. Ze valt op haar knieën voor de kast en schuift de koffer met een ruk aan het handvat naar zich toe. Ze zeggen geen woord. Eva trilt. Bloem komt dichterbij en ademt zwaar. Hij kijkt begerig toe hoe moeder het slot open klikt en het deksel naar achteren slaat. De kwastjes aan het wollen kleed met de blauwe en zwarte strepen zwiepen over de rand. In de holte van de koffer ligt een stapel dof geworden chocolade brokken als pasgeboren lammeren in een schapenvel.
Moeder pakt een bonbon en houdt die als een relikwie omhoog. De zo stille vrouw wordt opeens overmoedig. ‘Wilt u er een, meneer Bloem?’
Lilach denkt aan de keren dat ze na de wedstrijd die ene kostbare bonbon deelden.
Met de precisie van een chirurg sneed moeder de chocola in vier gelijke parten. Meestal kreeg Eva het eerst. Lilach proeft met haar tong tegen haar warme gehemelte.
Bloem laat zijn troosteloze armen langs zijn lijf zakken. De aderen in zijn hals zwellen op. Dan haalt hij met zijn rechterbeen uit en schopt tegen de koffer. Geschrokken wijkt moeder terug.

 

Reageren is niet mogelijk.

Set your Twitter account name in your settings to use the TwitterBar Section.