Het overkomt me als ik een (eeuwenoude) kerk binnenstap. Ik word meteen gegijzeld door iets wat je sacraliteit kunt noemen. De stilte of de toets van het orgel versterken dit gevoel. Monumentale kerkgebouwen hebben vanouds een monopolie op sacraliteit. Maar je ziet overal dat ze dat monopolie moeten opgeven, omdat het onderhoud van deze kathedralen en kerken onbetaalbaar is. En wat moet je dan?

Hoogleraar liturgie Paul Post (Universiteit van Tilburg) schreef een boek over het gebruik van kerkgebouwen in een geseculariseerde samenleving. Hij stelt voor dat de kerken hun monopolie op sacraliteit moeten opgeven. Het zouden open ruimtes kunnen worden die door hun sfeer uitnodigen tot inkeer en bezinning. Hij pleit voor ‘plekken waar iedereen welkom is die zoekt naar transcendentie. Kerkgebouwen als contrastruimtes waar dromen en utopieën tastbaar worden. Waar verdriet in rituelen wordt gekanaliseerd. Plekken om te koesteren’ (Trouw, 2010).

Rondreizend op de ‘Wege zur Backstein Gotik’ in de regionen van Oostzee en Hanze verrassen al die monumentale kerken me. Allemaal in rode bakstenen opgetrokken. Alsof de kerken het uitschreeuwen: kijk mij eens! Kijk eens wat ik heb doorgemaakt! Indrukwekkende exterieurs, maar zeker ook de interieurs: uurwerken, koorhekken, banken, schilderingen, doopvonten, doopengelen, crucifixen, altaren, triptieken, drieluiken, grafzerken – dat alles met liefde en aandacht vervaardigd. De Oostzeekust is een lappendeken van gotische baksteenkerken, die zo immens zijn dat je je adem inhoudt als je er alleen al naar kijkt. Het zijn enorme kolossen die het landschap stempelen. Van heinde en verre zie je de contouren oprijzen.

Hier aan de Oostzee worden kerken op zondag en doordeweeks voor religieuze doeleinden gebruikt maar ook voor museale, voor herdenkingsbijeenkomsten, voor andere podia. Subsidies van de staat, de Europese Unie en Unesco en tal van andere fondsen doen hun werk. Daardoor blijven die kerken open, elk op hun manier. De St. Georgen in Wismar gaat deze zomer heel ver. In deze kerk wordt de musical De Draak opgevoerd. Het is een komedie van de Rus Yevgeny Schwarz – verboden onder Stalin. Er zit een moraal in de musical die het publiek zal dienen en spiegelen, zeker, maar ik ontkom niet aan de indruk dat het een kassakraker gaat worden die geld binnenbrengt. In dezelfde St. Georgen is een paar jaar geleden 2,1 miljoen euro geïnvesteerd in een lift naar het torenplateau waar je een magnifiek uitzicht hebt over de stad. Een kaartje kost 4 euro en per dag komen er, als het mooi weer is, toch al snel 500 mensen die naar boven willen. Tel uit je winst.

In hetzelfde idyllische Hanzestadje Wismar stond sinds eeuwen de grote roodbakstenen Marienkirche – sinds augustus 1960 staat hier alleen de toren nog: het schip van de kerk (zo groot als een tennisveld) is gesloopt onder het patronaat van de communistische machthebbers van destijds, het is nog te zien op een YouTubefilmpje. Waarom, waarom? Mogelijk was er geen geld om het gebouw te herstellen van de luchtaanval in de Tweede Wereldoorlog. ‘Ik weet het niet’, zegt een bouwvakker die samen met vele anderen nu bezig is om van het schip van de kerk een eigentijds forum te maken. Hoe het ook zij: de toren staat er nog en die wordt optimaal benut: een driedimensionale film van de baksteengotiek en rondleidingen, maar het is een geamputeerde kerk geworden en dat heeft een gat geslagen in het centrum van deze mooie Hanzestad.

Het valt op dat er in het oosten van Duitsland zoveel wordt gerestaureerd en gerenoveerd. Geen wonder, want bij de val van de Muur in 1989 bleek al snel wat een rommelig openluchtmuseum de DDR was geworden. En hoe het regime de boel had verslonst. Het oude slot in Putbus op het eiland Rügen werd gesloopt omdat het te ‘feodaal’ oogde en haaks stond op de principes van de arbeidersrepubliek. Gelukkig waren er ook initiatieven om te bewaren wat er was. Anno 2018 bouwt Duitsland keihard om cultureel erfgoed voor de tand des tijds te bewaren. De Denkmalschutz heeft handenvol werk.

Vorig jaar vierde Duitsland 500 jaar Reformatie en Luther en bleek onmiskenbaar dat er sprake was van een kerkelijke kaalslag, vooral in het oosten van Duitsland. In de meeste kerken wordt nog wel een dienst gehouden, worden concerten gegeven of worden kerken meer cultuurpodia. Dat laatste is het geval met de St. Jakobi in Stralsund. Sinds enkele jaren is deze bakstenen kathedraal uitgebreid gerenoveerd en in gebruik als een culturele kerk. Je kunt je afvragen of dit een zwaktebod is. Een paar jaar geleden werd het eerste deel van deze Kulturkirche, een modern atelierpodium, aan het publiek overhandigd. Het grote schip (tot 500 bezoekers) van de kerk is nog niet gemoderniseerd, maar is wel zorgvuldig bewaard gebleven. En je vindt er het geheim van wat sommigen mogelijk niet kunnen benoemen maar wel ervaren. Een sacrale dimensie, iets hogers, dat wat was en nog steeds is. Deze zomer exposeert Volker Henze in de St. Jakobi, en het is verbluffend: grote abstracte doeken met intense kleurcomposities in een wit interieur. Persoonlijk heb ik meer op met de kunst van Henze in deze kathedraal van baksteengotiek dan met de draak van Schwarz.

 

Reageren is niet mogelijk.

Set your Twitter account name in your settings to use the TwitterBar Section.